Vier fases

Bij een verwonding van de huid of het onderliggend weefsel worden cellen beschadigd en ontstaat een bloeding. Door de celbeschadiging worden verschillende processen gestimuleerd waarmee het lichaam de schade probeert te beperken. Deze processen worden traditioneel ingedeeld in 4 fasen. In de literatuur bestaat onduidelijkheid omtrent de afbakening van deze verschillende fasen. Voor dit overzicht werd geopteerd voor de volgende indeling (Beele & De Win, 2004; Chin et al., 2005;  Dealey, 2005; Timmons, 2006):

Fase 1: De trombocyten of bloedplaatjes vormen een stevige fibrineprop waarmee de bloeding wordt gestelpt. Bacteriën die in de wond terecht zijn gekomen, worden in eerste instantie opgeruimd door neutrofiele granulocyten. Daarna ruimen de macrofagen het restant op. 

Fase 2: Macrofagen scheiden een groeifactor af, waardoor de groei van granulatieweefsel wordt gestimuleerd door angiogenese (vorming van bloedvaten). 

Fase 3: Als gevolg van de bindweefselreorganisatie, wondcontractie en epithelialisatie groeit de wonde dicht.

Fase 4: Vorming van littekenweefsel.