Skin tears

Skin tears komen vaak voor zowel intra- als extramuraal. Een verkeerde of geen behandeling kan leiden tot zeer uitgebreide en moeilijk te helen wonden. Skin tears zijn het meest voorkomend wondtype bij ouderen met een frêle, papierdunne huid (Benbow, 2017). 

Doelstellingen

Na het doorlopen van dit hoofdstuk ken je:

  • De verschillende functies van de huid
  • De definitie van skin tears

  • De prevalentie van skin tears

  • De etiopathogenese van de verouderde huid

  • De risicofactoren van skin tears

  • De oorzaken van skin tears

  • De locatie van skin tears

  • De classificiatiesystemen van skin tears

  • De behandeling van skin tears

  • Preventie van skin tears

Definitie

 ‘Een skin tear is een wonde veroorzaakt door schuif-, wrijvingskrachten en/of een bot voorwerp resulterend in een scheiding van de huidlagen. De epidermis kan van de dermis gescheiden worden (partial-thickness) of de dermis en epidermis worden van de onderliggende structuren gescheiden (full-thickness).’ 

Prevalentie

Uit recente data (2014) van Japan bleek dat de prevalentie van skin tears 3,9% was onder de 410 patiënten die in een woonzorgcentrum (WZC) verbleven (Abe et al., 2016). In twee WZC’s in Australië bleek dit zelfs 10% te zijn (Cubit et al., 2011).

Skin tears zijn de tweede meest voorkomende wonden (37,19%) na drukulcera (87,45%) (Byford et al., 2017). Benbow (2017) geeft aan dat de prevalentie van skin tears minstens gelijk of zelfs groter is dan drukulcera. Klapper en Moreadian, (2016) vermelden dat de prevalentie van skin tears 21% is en dat sommige studies (Baranoski en LeBlanc, 2009) (Baranoski en LeBlanc, 2011) zelfs uitwijzen dat dit hoger zou zijn dan die van drukulcera.

Uit een Aziatische studie bleek dat patiënten met reeds bestaande skin tears en een lagere score op de Bradenschaal (= decubitusschaal) significant geassocieerd werden met de ontwikkeling van skin tears (Iizaka, Koyano, Nakagami, Sanada, & Sugama, 2015).

Etiopathogenese

Fysiologie van de huid

De huid is het grootste orgaan van het menselijk lichaam en bestaat uit verschillende lagen die samenwerken (Beechey, Moloney, Peters, & Priest, 2015). Ze neemt ongeveer 10% van het totale lichaamsgewicht in (Beeckman et al., 2014). De huid beschermt het lichaam normaal tegen de buitenwereld.

De huid vervult maar liefst 10 functies (Beele & Verbelen, 2016).

  1. Bescherming tegen koude, hitte en irritatie.
  2. Bescherming tegen druk, stoten en frictie. De elasticiteit van de huid speelt hier een belangrijke rol. De huid bevat collageen die zorgt voor de kracht en elastine om het uitrekken mogelijk te maken (Beechey, Moloney, Peters, & Priest, 2015).
  3. Bescherming tegen de effecten van chemische substanties.
  4. Bescherming tegen invasie van bacteriën en virussen door een dunne film of zuurmantel die de hoornlaag van de opperhuid afschermt.
  5. Bescherming tegen verlies van warmte en vocht door onder andere de talgproductie.
  6. Verdediging tegen invaderende micro-organismen. Deze worden onmiddellijk herkend en aangevallen door het immuunsysteem.
  7. Absorptie van actieve bestanddelen.
  8. Zweetsecretie, zodat de huid in belangrijke mate kan zorgen voor afkoeling.
  9. Thermoregulatie door beïnvloeding van de huidcirculatie.
  10. Registratie van druk, vibratie, tast, pijn en temperatuur.

Fysiologie van de verouderde huid

Wanneer een mens ouder wordt, verandert de huid. Normaal beschermt de huid ons tegen de buitenwereld (Beele & Verbelen, 2016). In de oudere populatie zijn er veel onderliggende pathologische veranderingen, maar ook externe invloeden die rechtstreeks een invloed hebben op het vermogen van de huid (Beechey, Moloney, Peters, & Priest, 2015). Door die veranderingen werkt dit beschermingsmechanisme niet meer optimaal. Pathologische veranderingen die atrofie kunnen veroorzaken, zijn het dunner worden en verzwakken van de opperhuid.

Verouderde huid is dun, kwetsbaar, slap en droog. Een verouderde huid heeft meer risico op skin tears ten gevolge van een vermindering van de bloedtoevoer, het aantal zweetklieren en subcutaan vet. Dit leidt tot een verminderde opname van zuurstof en voedingstoffen. Het verminderde aantal zenuwuiteinden in de huid kan ook het tactische vermogen en temperatuurherkenning van de oudere persoon verminderen, waardoor de kans op verwondingen die dan direct skin tears kunnen veroorzaken toeneemt (Beechey, Moloney, Peters, & Priest, 2015).  

 

 

Risicofactoren

Huid

Skin tears komen vaak voor bij ouderen met een frêle, papierdunne huid (Benbow, 2017). De huid ondergaat door het verouderingsproces een complexe structuurverandering (Roovers, 2016; Carville, Leslie, Lewin, Newall, & Osseiran-Moisson, 2014). De belangrijkste verandering is de vervlakking van de papillaire laag, die zorgt voor de aanhechting van de dermis aan de epidermis.

Er is ook een verandering van de elasticiteit en de dikte van de huid. Naarmate we ouder worden, daalt de collageensynthese en is er een progressief verlies van elastine (Benbow, 2017; Carville, Leslie, Lewin, Newall, & Osseiran-Moisson, 2014). Collageen en elastine zijn de bouwstenen van de huid. Dit zorgt voor de stevigheid en elasticiteit (Beele & Verbelen, 2016). Het schaarser worden van collageen en elastine zorgt ervoor dat de huidlagen minder strak met elkaar verbonden zijn (Byford et al. (2017). Dit is het gevolg van veranderingen in de biochemie van de dermis. Dit zorgt ervoor dat de huid minder resitent is tegen wrijvings- en schuifkrachten.

De huid beschermt het lichaam tegen de buitenwereld. Benbow (2017) geeft zoals Beele en Verbelen (2016) aan dat de integriteit van de huid verandert ten gevolge van het verouderingsproces.

Daarnaast geeft Benbow (2017) ook nog aan dat het subcutane vetweefsel langzaamaan verdwijnt.

Alsook huidkenmerken zoals seniele purpura, ecchymosis en oedemen zijn een risicofactor (Byford et al., 2017; Davidson, Holmes, Kelechi, Thompson, 2013; Campanili, de Gouveia Santos, Peres, & Strazzieri-Pulido, 2017).

Een voorgeschiedenis van skin tears zorgt er ook voor dat men vatbaarder is om opnieuw skin tears te ontwikkelen (Byford et al., 2017).

 

Hulp nodig

Byford et al. (2017) geeft aan dat een verminderde mobiliteit of bedlegerigheid en verminderde cognitie risicofactoren zijn voor het ontstaan van skin tears. Personen die hulp nodig hebben bij de algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL) en transfers zijn bijzonder kwetsbaar voor skin tears (Davidson, Holmes, Kelechi, Thompson, 2013).

 

Leeftijd en geslacht

Personen met een leeftijd van 65 jaar en ouder hebben een groter risico om skin tears te ontwikkelen (Davidson, Holmes, Kelechi, Thompson, 2013). Skin tears zouden vaker voorkomen bij oudere vrouwen (Benbow, 2017).

 

Obstakels

Een accidenteel letsel ten gevolge van stoten tegen obstakels zoals een rolstoel of valpartijen door obstakels zijn risicofactoren voor skin tears (Byford et al., 2017; Benbow, 2017)).

 

Medicatie

Naast het effect op de inflammatie hebben corticoïden ook rechtstreeks invloed op de fibroblasten, met verstoorde collageenvorming als gevolg. Dit is negatief voor de wondgenezing (Beele & Verbelen, 2016; Byford et al., 2017; Benbow, 2017; Davidson, Holmes, Kelechi, Thompson, 2013). Ook kunnen corticoïden het huidverouderingsproces juist versnellen (Benbow, 2017).

Er moet ook gekeken worden naar medicatie die de patiënt gebruikt. Sommige medicatie kan het risico op vallen verhogen. De meest valgevaarlijke geneesmiddelen zijn onder andere slaap- en kalmeringsmiddelen (Nursing, 2016).

 

Aandoeningen

Ook personen met kritieke ziekten zoals hartinfarct of een beroerte, chronische ziekten zoals diabetes en schildklieraandoeningen zijn bijzonder kwetsbaar voor skin tears (Davidson, Holmes, Kelechi, Thompson, 2013). Benbow (2017) geeft ook aan dat het ontwikkelen van ziekten een risicofactor kan zijn voor skin tears.

 

Externe factoren

Byford et al. (2017) en Carville, Leslie, Lewin, Newall, & Osseiran-Moisson, (2014) vermelden verder dat extrinsieke factoren zeker een oorzaak kunnen zijn van huidveroudering zoals photo-aging. Dit verwijst naar de schade die wordt toegebracht aan de huid bij langdurige blootstelling aan ultraviolette straling. Photo-aging veroorzaakt vasculaire atrofie en een verslechtering van de dermis.

Benbow (2017) geeft aan dat de huidveroudering in combinatie met een blootstelling aan irriterende, chemische stoffen en incontinentie de huid veel kwetsbaarder maken voor het ontwikkelen van skin tears. Ook een droge of koele omgevingslucht, zepen, warm water, roken… hebben een invloed (Carville, Leslie, Lewin, Newall, & Osseiran-Moisson, 2014). Carville, Leslie, Lewin, Newall, & Osseiran-Moisson, (2014) geven aan dat ouderen een enorm droge huid kunnen hebben ten gevolge van een achteruitgang van de zweet- en talgklierafscheiding. Dit schaadt de vochtigheid van de huid en de vetconcentratie, waardoor een droge huid meer kans heeft op het ontstaan van skin tears. 

 

 

Oorzaken

Oorzaken van skin tears zijn traumata ten gevolge van een val, een accidenteel letsel ten gevolge van stoten tegen obstakels zoals een rolstoel en onjuiste verplaatsingstechnieken (Benbow, 2017; Byford et al., 2017; Campanili, de Gouveia Santos, Peres, & Strazzieri-Pulido, 2017).

 

Verzorginsmateriaal

Ook een onjuiste keuze, toepassing en/of verwijdering van plakband en verbanden kunnen skin tears veroorzaken (Benbow, 2017; Byford et al., 2017).

 

Verzorging van de patient

Het verzorgen van patiënten kan ook een oorzaak zijn van skin tears. Men moet dus steeds alert zijn en de patiënt zo optimaal mogelijk behandelen. Alle handelingen kunnen een risico vormen bijvoorbeeld bloeddruk nemen, bedpan plaatsen of iemand hogerop in bed zetten. De meeste skin tears ontstaan bij de transfers (Roovers, 2016).

Locatie

Skin tears komen volgens Byford et al. (2017) het meeste voor op de armen. Volgens een Aziatische studie zou dit vooral gesitueerd zijn op de rechteronderarm posterior (Iizaka, Koyano, Nakagami, Sanada, & Sugama, 2015). Carville, Leslie, Lewin, Newall, & Osseiran-Moisson (2014) geven aan dat skin tears op alle anatomische plaatsen voorkwamen, maar vooral op de extremiteiten. 93,27 % van de skin tears zijn daar gesitueerd (zie figuur). Volgens Roovers (2016) vertegenwoordigen de bovenste en de onderste ledematen 84% van alle skin tears. Dit cijfer is verder onder te verdelen in voorarm 45%, onderbeen 28% en bovenarm 11%. In 16% van de gevallen komen skin tears op andere plaatsen voor.

Classificatie

Payne-Martin Classification System for Skin Tears

Volgens het Payne-Martin Classificatie Systeem (zie figuur) kunnen skin tears opgedeeld worden in drie categorieën (Roovers, 2016).

In categorie 1 vallen de skin tears zonder weefselverlies. Bij al deze wonden kunnen de wondranden terug tegen elkaar gebracht worden, doordat er geen weefselverlies is. Deze categorie wordt nog eens onderverdeeld in twee soorten skin tears. Een lineaire skin tear doet zich meestal voor in een rimpel of groef van de huid. Zowel de epidermis als de dermis zijn losgekomen. De onderliggende structuren zijn zichtbaar geworden. Bij een skin tear van het flap type is de epidermis losgekomen van de dermis. De epidermale flap kan wel de hele wond bedekken.

In categorie 2 worden de skin tears met gedeeltelijk weefselverlies gecategoriseerd. Bij al deze wonden kunnen de wondranden niet terug tegen elkaar gebracht worden, doordat er weefselverlies is. Alsook hier zijn er twee soorten skin tears merkbaar. Ten eerste is er een skin tear met gering weefselverlies.  Dit is een skin tear waarbij de epidermis is losgekomen van de dermis en waarbij maximum 25% van de epidermale flap verloren is gegaan. Skin tear met matig tot groot weefselverlies is de tweede soort. De epidermis is losgekomen van de dermis en minimum 25% van de epidermale flap is hierbij verloren gegaan.

In categorie 3 worden de skin tears met volledig weefselverlies gecategoriseerd. Een skin tear met volledig weefselverlies is een skin tear waarbij de volledige epidermale flap verloren is gegaan.

STAR Skin Tear Classification System

In categorie 1 is er nog een onderverdeling in categorie a en b. In categorie 1a vallen de skin tears waarbij de randen van de wonde teruggebracht kunnen worden naar zijn normale positie. Dit zonder te moeten forceren. De huid of de flap is niet verbleekt, verdonkerd of zwart. In categorie 1b kunnen alsook de randen teruggebracht worden naar zijn normale positie. Hierbij is er wel een verkleuring van de huid aanwezig.

In categorie 2 is er ook een onderverdeling gemaakt tussen a en b. In de categorie 2a kunnen de wondranden niet naar elkaar toegebracht worden en er is geen verkleuring van de huid aanwezig. In categorie 2b is er dan wel een verkleuring aanwezig.  

In categorie 3 is de flap van de skin tears afwezig.

(Skin Tear Audit Research (STAR). Silver Chain Nursing Association and School of Nursing and Midwifery, Curtin University of Technology. Herzien op 4/2/2010.)

Behandeling

Aan de behandeling van skin tears wordt nog veel te weinig aandacht besteed. Deze wonden worden vaak als banale wondjes beschouwd en als zodanig behandeld. Een verkeerde of geen behandeling kan echter voor uitgebreide, moeilijk te helen wonden zorgen. De behandeling van skin tears kunnen op verschillende manieren uitgevoerd te worden (Roovers, 2016). Een aantal basisprincipes dienen in acht genomen te worden zoals handhygiëne, persoonlijke bescherming…

Procedure

 

Handhygiene

Om besmetting van de wonde tegen te gaan is een goede handhygiëne (zie video) en het gebruik van handschoenen van cruciaal belang (Roovers, 2016). Verder moet de persoonlijke hygiëne van de zorgverleners ook aan een aantal basisvereisten voldoen zoals korte mouwen, geen juwelen, kortgeknipte en zuivere nagels et cetera (World Health Organization, 2018).

Werkoppervlak

Voordat men aan de wondzorg kan beginnen, zorgt men er ook voor dat het werkoppervlak netjes is (zie video).

Voorbereiding

Voordat men kan starten met de wondzorg verzamelt men al het nodige materiaal (zie video).

Reinigen

Bij een bloedende skin tear brengt men gedurende enkele minuten een nat kompres aan om de bloeding te stelpen. Het lidmaat wordt ook een hoogstand geplaatst (Beechey, Moloney, Peters, & Priest, 2015).  De wonde moet grondig en overvloedig gereinigd worden met NaCl 0,9% of leidingwater of flessenwater of een vloeistof met actieve bestanddelen zoals Vulnupor, Prontosan. Een grondige mechanische reiniging is voldoende om bacteriën en andere vreemde stoffen te verwijderen (Roovers, 2016).

Ontsmetten

Onze huid vormt een natuurlijke bescherming tegen aanvallen van micro-organismen. Bij een wonde verdwijnt deze beschermlaag en kunnen deze het lichaam binnendringen. Om te bepalen of een wonde ontsmet moet worden, wordt gebruik gemaakt van de WAR-score (zie figuur). Een WAR-score van drie of meer wijst op de aanwezigheid van een wonde die klinisch het risico loopt geïnfecteerd te raken en representeert daardoor een klinische indicatie voor een antimicrobiële behandeling (Lohmann & Rauscher, 2013).

In onderstaande video wordt getoond hoe de wonde gereinigd en ontsmet worden.

Flap omkrullen

Met behulp van een pincet of steriel wattenstaafje kan men het omgekrulde huidflapje glad strijken en volledig openspreiden. Dit geldt enkel wanneer dit nog mogelijk is. De flap moet nog voldoende levensvatbaar zijn, met andere woorden niet te verdroogd of verkorst zijn. Door de elasticiteit van het huidweefsel heeft het huidflapje de neiging om ter hoogte van de randen om te krullen, men moet het dan ook ontkrullen. Daarna plaatst men het geleidelijk en door zachtjes glad strijken op zijn oorspronkelijke plaats terug. Dit vergt wel wat geduld en ervaring, maar mits een beetje oefening en handigheid gaat dit na enkele malen zeer vlot (Roovers, 2016). Men trekt zeker niet aan de huidflap. Laat de wonde open waar de huid afwezig is (Beechey, Moloney, Peters, & Priest, 2015).

Skin tears categorie 1

Bij skin tears van categorie 1 plaatst men eerst de huidflap terug op zijn plaats. Er wordt niet aan de huidflap getrokken. Nadien plaatst men een siliconenverband op de skin tear. Doordat het verband zachtjes inkleeft op de omliggende, droge huid wordt het huidflapje op zijn plaats gehouden (Roovers, 2016). Men kan ook Cuticerin bedekt met Melolin gebruiken. Deze verbanden overlappen de wondranden met minimum twee centimeter (Beechey, Moloney, Peters, & Priest, 2015).

Huidlijm als behandeling van type 1 skin tears op de spoedafdeling wordt aangeraden door Bienenfeld et al. (2015) en Mamrosh, Milne, & Valk (2013).

Skin tears categorie 2

Bij skin tears van categorie 2 plaatst men eerst de huidflap terug op zijn plaats. Er wordt niet aan de huidflap getrokken. Nadien plaatst men een siliconenverband op de skin tear. Doordat het verband zachtjes inkleeft op de omliggende, droge huid wordt het huidflapje op zijn plaats gehouden (Roovers, 2016). Men kan ook Cuticerin bedekt met Melolin gebruiken. Deze verbanden overlappen de wondranden met minimum twee centimeter (Beechey, Moloney, Peters, & Priest, 2015).

Campbeel, Darke, Loch-Wilkinson, Tolerton & Vandervord (2016) geven aan dat vanaf categorie 2a en meer, bepaald via de STAR classifaction system, de patiënten met skin tears direct worden doorgestuurd naar het team van de plastische en reconstructieve chirurgie. De skin tears worden in het algemeen behandeld onder lokale anesthesie en in steriele omstandigheden. De wonden worden schoon gemaakt en gedebrideerd. Een levensvatbare huidflap wordt weggesneden, ontvet en met een mesher wordt de huid vergroot. De huid wordt dan opnieuw gebruikt om de wonde te bedekken. Het functioneert als een ent. Het transplantaat wordt bevestig met weefsellijm en/of hechtingen. 

Huidlijm als behandeling van type 2 skin tears op de spoedafdeling wordt aangeraden door Bienenfeld et al. (2015) en Mamrosh, Milne, & Valk (2013). 

In onderstaande video wordt getoond hoe skin tears categorie 1 en 2 verzorgd worden. 

Categorie 3

Bij type 3 skin tears kan men het huidflapje niet terug aanhechten. Voor deze wonden moet men een vochtig wondmilieu creëren door schuimverbanden, alginaten of siliconen-netverbanden (Roovers, 2016).

In onderstaande video wordt getoond hoe de wondzorg van skin tears categorie 3 uitgevoerd wordt.

Secundair verband

Bovenop het siliconen-netverband wordt een niet-inklevend eindverband geplaatst. Nadien fixeert men het niet-inklevend verband door middel van een zwachtel. Het begin van de zwachtel wordt aangebracht volgens de richting van de skin tear. Wanneer de zwachtel volledig is aangebracht, tekent men een pijl op het verband. Deze pijl toont aan in welke richting het verband verwijderd moet worden (Beechey, Moloney, Peters, & Priest, 2015; Ffowm Nyrsys Hyfywedd, & Meinwe Cymru Gyfan, 2015). Bij het verwijderen van het verband wordt de huidflap zo op zijn plaats gehouden (zie figuur).

Wondzorg

Slechts het niet-inklevende verband moet dagelijks worden vernieuwd. Het siliconen-netverband blijft gedurende de gehele behandeling ter plaatse. Verwijder het siliconen-netverband na 7 dagen. Dan kan men een volledige epithelialisatie vaststellen. Zo voorkomt men ook dat de huidflap opnieuw wordt losgerukt (Bianchi, 2012). Teneinde de wonde tegen mechanisch geweld te beschermen, wordt hetzelfde siliconen-netverband opnieuw op de wonde gebracht en gefixeerd met een windel om het nog 4 dagen ter plaatse te laten. Bij een skin tear met weefselverlies (type 2) kan men dezelfde techniek toepassen. Na een paar dagen, als het wondexudaat afneemt, dreigt de wonde te droog te worden. Men moet dan dagelijks een beetje hydrogel boven op het siliconenverband aanbrengen. Uiteraard is het onmogelijk na 7 dagen een volledige epithelialisatie te verkrijgen indien er weefselverlies is. Bij het openen van het verband observeert men het verband, alsook de huid naar complicaties of tekenen van infectie (Beechey, Moloney, Peters, & Priest, 2015).

 

Preventie

 

Benbow (2017) geeft aan dat er een systematisch preventieprogramma in zorginstellingen zou moeten aanwezig zijn om risicopatiënten enerzijds op te sporen. Aan de hand van de risicofactoren in de literatuurstudie over skin tears werd een risico assessment opgesteld (zie figuur). 

 

Verzorging en observatie van de huid

Het belangrijkste doel van de verzorging is de huid beschermen tegen verdere uitdroging. Ook kan men eventuele tekortkomingen van de huid compenseren door het behoud van een beschermende vetfilm en het op peil houden van het vochtgehalte (Roovers, 2016). Er wordt aangeraden om de huid tweemaal per dag in te smeren met een moisturizer (Forest-Lalande, Hill, Langlois, LeBlanc, Kozell, & Martins, 2016; Benbow, 2017; Carville, Leslie, Lewin, Newall, & Osseiran-Moisson, 2014; Beechey, Moloney, Peters, & Priest, 2015).

Men beveelt ook het gebruik van PH-neutrale zepen aan. De gewone zepen hebben vaak een pH die boven de 7 ligt. De pH-waarde van de huid van de mens is gewoonlijk 5 tot 6. Er is dus een groot verschil met de PH-waarde van de zepen. Een pH-neutraal product heeft een pH die ongeveer gelijk is aan de pH van de huid. Die bevat meestal geen zeep en beschermt zo de natuurlijke eigenschappen van de huid. Daardoor is een pH-neutraal product vaak vriendelijker voor de huid en zorgt er bijvoorbeeld voor dat de huid minder snel uitdroogt (Stephen-Haynes, & Callaghan, 2017). 

Men raadt ook aan om met lauw water te douchen of te baden. Te warm douchen heeft negatieve gevolgen voor je huid en haar. Heet water neemt de natuurlijke oliën weg van je huid, waardoor die droger wordt. Hoe droger de huid wordt, hoe groter het risico op het ontstaan van skin tears. De hoeveelheid aan douchemomenten probeert men ook zoveel mogelijk proberen te beperken (Davidson, Holmes, R.F., Kelechi, Thompson, 2013; Benbow, 2017).

De huid moet ook regelmatig worden beoordeeld op verkleuringen, blauwe plekken of blaren en dit wordt dan genoteerd in het verpleegdossier (Benbow, 2017).

De patiënten hun vinger- en teennagels moeten kort geknipt worden, zodat hij zichzelf daar niet mee kan verwonden. Eveneens zijn de vingernagels kort bij de zorgverleners (Davidson, Holmes, Kelechi, Thompson, 2013; Benbow, 2017).

 

Veilige omgeving

De preventie van skin tears gebeurt ten eerste bij de patiënt zelf. Het is van belang dat gezondheidswerkers de patiënt wijzen op risico’s en preventiemaatregelen.

Bij risicopatiënten is het aan te raden de mensen aan te moedigen om lange mouwen en broeken te dragen om hun extremiteiten te beschermen (Benbow, 2017; Byford et al.; Beechey, Moloney, Peters, & Priest, 2015) of arm- of beenbeschermers gebruiken (Davidson, Holmes, Kelechi, Thompson, 2013). Bijvoorbeeld Samafrottee â of Tubifast â (Beechey, Moloney, Peters, & Priest, 2015). Men kan ook simpelweg de armen en onderbenen inzwachtelen of die beschermen met een kous, bijvoorbeeld Surgifix â (Roovers, 2016).

Een veilige omgeving creëren en potentiële risico’s en gevaren verwijderen is verder ook van belang. De aandacht moet gevestigd worden op scherpe hoeken van werkbladen, open laden of andere uitsteeksels (Davidson, Holmes, Kelechi, Thompson, 2013; Benbow, 2017). Om dit te voorkomen, dient men de patiënten te wijzen op de gevaren en waar mogelijk de gevaarlijkste kantjes af te dekken. Bij de aankoop van nieuw meubilair kan er rekening me gehouden worden met ‘skin-tear-vriendelijkheid’ (Roovers, 2016). Er wordt ook gezorgd dat er voldoende verlichting is, zodat de omgeving en mogelijke obstakes goed zichtbaar zijn. Ook tapijten en schoenen waar gemakkelijk over gestruikeld kan worden, worden verwijderd (Davidson, Holmes, Kelechi, Thompson, 2013; Benbow, 2017).

In WZC’s en ziekenhuizen kan gebruik gemaakt worden van beschermhoezen voor de bedhekkens. Een groot aantal skin tears wordt daardoor veroorzaakt (Davidson, Holmes, Kelechi, Thompson, 2013; Benbow, 2017; Roovers, 2016).

 

Tiltechnieken

Het verzorgen van patiënten zorgt ervoor dat er kans is dat skin tears ontstaan. Men moet dus steeds alert zijn en de patiënt zo optimaal mogelijk behandelen. Alle handelingen kunnen een risico vormen bijvoorbeeld bloeddruk nemen, bedpan plaatsen of iemand hogerop in bed zetten. De meeste skin tears ontstaan bij de transfers (Roovers, 2016). Verplegend personeel en zorgverleners moeten opgeleid worden, zodat zij de juiste tiltechnieken bij de zorgverlening en transfers toepassen, naast het ontlasten van de eigen rug, ook skin tears kunnen voorkomen (Davidson, Holmes, Kelechi, Thompson, 2013). Het is belangrijk om bij manipulatie de patiënt goed vast te nemen met de vlakke hand. De hand wordt niet om de armen of benen van de patiënt heen geslaan. Glijzeil gebruiken om schuifkrachten te voorkomen bij het hogerop plaatsen van de patiënt in bed.

 

Kleefpleisters

Kleefpleisters, plakband en verbanden vormen zeker bij het onvoorzichtig verwijderen een risico op skin tears. Indien mogelijk is het beter om kleefpleisters te vervangen door zwachtels of andere hulpvriendelijkere materialen. Wanneer men toch kleefpleisters moet gebruiken, wordt er beter gekozen voor een soort met een lage kleefkracht bijvoorbeeld papieren pleisters (Roover, 2016; Benbow, 2017; Byford et al., 2017). Wondverbanden kunnen gefixeerd worden met een zwachtel. Enkel op de zwachtel wordt dan een kleefpleister aangebracht. Er kan ook gewerkt worden met een buisverband als eindverband.

 

Voeding

Een optimale voedingstoestand is belangrijk voor de wondheling, maar ook voor de preventie van skin tears.

Bij ondervoeding vermindert de eiwitreserve van de spieren, omdat deze gebruikt wordt als brandstof. De spiermassa neemt hierdoor af en er ontstaat spieratrofie. Ouderen moeten hier zeker op gescreend worden. Ze behoren tot de risicogroep vanwegen hun verandere lichaamsconsistentie. Met de leeftijd is er een daling van de elastine in de zachte weefsels. De activiteit van de fibroblasten vermindert, waardoor er een tragere collageensynthese is en dus een trager wondherstel. Het immuunsysteem werkt minder efficiënt. Er is een verminderde capillaire doorbloeding. Ziektebeelden zoals atherosclerose, veneuze insufficiëntie, diabetes bemoeilijken een goede wondheling (Segers, 2016).

Volgens NutriAction (2013) zijn in WZC 13% van de bewoners ondervoed en 50% heeft een risico op malnutritie. De screening van malnutritie bij risicogroepen is dus zeker de moeite waard. Afhankelijk van de setting of populatie zijn er verschillende screeningsmethodes. In rusthuizen en rust- en verzorgingstehuizen wordt eerst de Mini Nutritional Assessment (MNA) gebruikt en dan de Malnutrition Universal Screening Tool (MUST) (Segers, 2016).

Cachexie resulteert meestal in een slechte wondgenezing. Cachexie is een sterk verslechterde lichaamsgesteldheid met vermagering, spieratrofie, anemie, bruingele huid met geringe turgor en algemene zwakte t.g.v. chronische ziekten (Jochems, & Joosten (2014)). Er is ook vaker een gestoorde wondgenezing bij geïsoleerde deficiënties aan bepaalde voedingsstoffen, bijvoorbeeld bij patiënten met een slechte voedingstoestand ten gevolge van een eenzijdige of inadequate voedselinname.

Om een goede wondgenezing te hebben, is het van belang om over een optimale bloedtoevoer te beschikken. De bloedcirculatie moet enerzijds zorgen voor de toevoer van zuurstof en anderzijds voor de aanvoer van noodzakelijke voedingsstoffen. Om de wonde via de lokale bloedvoorziening te voorzien van de noodzakelijke voedingsstoffen, is het noodzakelijk dat de patiënt de voedingsstoffen eerst heeft opgenomen (Beele & Verbelen, 2016). In overleg met een diëtist kan dit op punt gesteld worden (Beechey, Moloney, Peters, & Priest, 2015).

1. Proteïnen

Aminozuren en proteïnen hebben we nodig voor de productie van collageen. Collageen is nodig voor de vorming van nieuw bindweefsel. Bij een eiwitdeficiëntie is er een gestoorde collageensynthese met een minder vlotte wondgenezing tot gevolg.

2. Suikers

Suikers worden omgezet in adinosinetrifosfaat (ATP). ATP is een cofactor bij enzymatische reacties in het lichaam en wordt verbruikt bij energiebehoevende processen in de cel. ATP is de brandstof voor spieren en zonder ATP is er geen beweging mogelijk (Jochems, & Joosten (2014)). Hierbij komt energie vrij die essentieel is voor de chemische reacties. Wanneer er onvoldoende koolhydraten aanwezig zijn, worden eiwitten afgebroken om energie te leveren. Dit heeft dan een negatieve invloed op de collageensynthese.

3. Vetten

Vetten zijn naast suikers een bron van energie. Ook zijn ze een bron van structurele vetten, die belangrijk zijn bij de vorming van celmembranen.

4. Vitaminen

Vitamine A is noodzakelijk voor de verbinding van collageenvezels en speelt ook een rol bij de epithelialisatie. B-vitamines zijn, naast de eiwitten, belangrijk voor de collageensynthese. Alsook voor de vorming van antilichamen door de lymfocyten. Vitamine C speelt ook een rol bij de collageensynthese. Vitamine E heeft een beschermende rol voor de cellen met zuurstofgebrek, bijvoorbeeld bij decubitus. Vitamine K is essentieel bij de synthese van stollingsfactoren.

5. Mineralen en spoorelementen

Voornamelijk ijzer, koper en zink zijn hier belangrijk. Ijzer en koper zij cofactoren bij de crosslinking van collageen. Zink is een belangrijke component in enzymen die een rol spelen bij de synthese van nucleïnezuren. Daarom heeft een zinktekort een weerslag op processen als eiwitsynthese en celproliferatie.

Varia

Er moet ook gekeken worden naar medicatie die het risico op vallen verhoogt. Indien mogelijk worden deze vervangen door andere. De meest valgevaarlijke geneesmiddelen zijn onder andere slaap- en kalmeringsmiddelen. Diuretica zorgen voor een versnelde afvoer van vocht uit het lichaam en dit verlaagt de bloeddruk. Dit leiden tot orthostatische hypotensie met eventueel een val tot gevolg. Pijnstillers, zoals opiaten, kunnen door hun versuffende werking ook het risico op vallen verhogen. Cardiovasculaire geneesmiddelen, zoals bèta-blokkers, kunnen duizeligheid, sufheid of een licht gevoel in het hoofd veroorzaken. Sommige antidepressiva, zoals Amitryptiline en Mirtazapine, kunnen ook sufheid met zich meebrengen. De meeste anti-epileptica (Carbamazepine en Topiramaat) geven ook sufheid en slaperigheid. Deze bijwerkingen kunnen een valrisico met zich meebrengen. Andere geneesmiddelen die het valgevaarlijk zijn, zijn antipsychotica en vasodilatoren (Oelen, 2013).

Fysiotherapie en ergotherapie kunnen een belangrijke bijdrage leveren volgens Benbow (2017) aan het traumavrij houden van individuen. In de ergotherapie worden doelgerichte handelingen en activiteiten aangewend en worden handelingsverstorende factoren uit het milieu voorkomen, weggenomen en eventueel aangepast. De taakgebieden van een ergotherapeut kunnen zijn: de patiënt functies en vaardigheden aanleren en integreren in het dagelijks functioneren, de patiënt ondersteunen en adviseren in het exploreren van zijn mogelijkheden en/of beperkingen, hem confronteren met zijn beperkingen en alternatieven aanbieden en leren omgaan met zijn mogelijkheden en/of beperkingen… (Vyt, 2012).

top