De ontstekingsfase

In de inflammatiefase (ontstekingsfase) reageert het lichaam op de wonde via een vasculaire respons waarbij bloedplaatjes agregeren (bloedcoagulatie). Deze fase begint met een vasodilatatie van de arteriën onder invloed van bradykinine en histamine. De capillaire druk daalt en het vocht neemt toe in de omgevende weefsels. Enkele minuten later volgt een vasoconstrictieve reactie.

Onder invloed van  trombine wordt fibrinogeen omgezet in onoplosbaar fibrine. In dit netwerk van fibrinedraden worden de verschillende bloedcellen en plasma eiwitten zoals fibronectine vastgehouden. Chemotactische stoffen worden afgescheiden waardoor onder andere leukocyten, granulocyten, macrofagen en monocyten worden aangetrokken. Deze cellen zijn verantwoordelijk voor het opruimen van necrotisch weefsel en voor de afbraak van bacteriën. De macrofagen ruimen bacteriën op door middel van fagocytose. Hierbij wordt de bacterie 'omarmd' en opgenomen in het cytoplasma van de macrofaag, waar het door enzymen wordt aangevallen en gedood. Het overblijvende débris wordt geresorbeerd via het lymfestelsel of wordt als pus uit de wonde uitgestoten.

Bij de vorming van dit fibrinenetwerk spelen zowel processen die de wondgenezing stimuleren (activatoren) als processen die de wondgenezing afremmen (inhibitoren) een rol. Activatoren zijn bijvoorbeeld de enzymen die ontstaan bij het verlies of daling van de bloedplaatjes en thrombine (verantwoordelijk voor de omzetting van fibrinogeen in fibrine). De wondgenezing kan worden afgeremd door een teveel aan enzymen (proteasen) die worden afgescheiden door bacteriën, granulocyten (neutrofielen) en macrofagen (beide betrokken bij de afweer en het opruimen van de bacteriën), maar ook vrijkomen bij de celmigratie (aanmaak van granulatieweefsel). Voor de normale wondgenezing moet er een juiste balans bestaan tussen de activatoren en de inhibitoren. 

De klinische tekens zijn verschillend naargelang de inflammatoire fase. Bij een gesloten wonde kunnen volgende klinische tekenen onderscheiden worden:

  1. pijn door druk op de zenuwvezels en ischemie;
  2. warmte als gevolg van vasodilatatie en toegenomen vascularisatie;
  3. roodheid ten gevolge van vasodilatatie;
  4. zwelling door exsudaatvorming.
top