Bespreking van een classificatiesysteem

Er bestaan classificatiesystemen die gebaseerd zijn op de wondetiologie en op de chroniciteit van het huidletsel. Van Rijswijk (1997) beschrijft een algemeen wondclassificatiemodel op basis van deze twee  kernkarakteristieken.

Etiologie

Iatrogeen

Een iatrogene wonde wordt veroorzaakt door een handeling, waarbij de huid of andere structuren beïnvloed (radiotherapie) of beschadigd (chirurgie) worden als gevolg van een diagnostische of therapeutische procedure. Huidletsels van chirurgische en van niet-chirurgische oorsprong kunnen hier onderscheiden worden (Beele & De Win, 2004).

Niet-iatrogeen

Een niet-iatrogene wonde is een huidletsel waarbij de oorzaak geen medische diagnostische of therapeutische handeling is. Er kunnen meerdere oorzaken aan de basis liggen voor het ontstaan.

Chroniciteit

Acuut

Het zijn letsels van traumatische oorsprong die meestal een genezing per primam kennen. Bij genezing per primam gaat het om een zuivere wonde zonder necrose, infectie of contaminatie. Er zijn geen factoren aanwezig die de wondheling belemmeren (Beele et al., 2004). De heling gebeurt snel en meestal zonder complicaties.

Chronisch

Chronische wonden zijn huidletsels die na minstens 6 weken nog niet genezen zijn of het zijn huidletsels met een onderliggende pathologie die niet onmiddellijk corrigeerbaar is. Beide voorwaarden kunnen samen optreden.

Classificatie volgens etiologie en chroniciteit

Iatrogene wonden

Chirurgisch

Een iatrogene wonde is een huidletsel waarbij de oorzaak geen medische diagnostische of therapeutische handeling is. Er kunnen meerdere oorzaken aan de basis liggen. Een typische iatrogene chirurgische wonde is de incisiewonde als gevolg van een operatie. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen acute en chronische wonden. liggen voor het ontstaan.

Acuut

Onder een chirurgisch iatrogene acute wonde wordt een wonde verstaan na een chirurgische ingreep. Hechtingen, steriele hechtingsstrips of wondhaakjes worden gebruikt om de wondranden bij elkaar te houden (Dealey, 2005).

Chronisch

Een chirurgisch iatrogene chronische wonde ontstaat als gevolg van een onderliggende problematiek of door een complicatie (infectie) waarbij een acute wonde evolueert naar een chronische toestand. De wonde kan initieel gesloten zijn (door middel van hechtingen, hechtingsstrips of wondhaakjes), maar wordt meestal (na reiniging) niet meer gesloten omwille van drainage of evacuatie van geïnfecteerd materiaal. (Van Rijswijk, 1997; Beele & De Win, 2004; Dealey, 2005). 

Niet-chirurgisch

Een niet-chirurgisch iatrogene wonde wordt veroorzaakt door een diagnostische of therapeutische handeling. Het letsel is niet het gevolg van een chirurgische ingreep. Er worden twee types onderscheiden: acuut en chronisch.

Acuut

Niet-chirurgisch iatrogene acute wonden zijn huidletsels die ontstaan als gevolg van een diagnostische of therapeutische behandeling. Ze hebben een acuut karakter. Voorbeelden zijn een prikplaats van een bloedafname, een stralingswonde bij  radiotherapie, wonden door het gebruik van corrosieve producten (zilvernitraat) en wonden door laserstralen (Beele & De Win, 2004).

Chronisch

Een niet-chirurgisch iatrogene chronische wonde is een wonde die ontstaan is als een iatrogene niet-chirurgische acute wonde, maar die na 6 weken nog niet geheeld is. Oorzaken zijn meestal een infectie of een onderliggende pathologie.

Niet-iatrogene wonden

Een niet-iatrogene wonde is een huidletsel waarbij de oorzaak geen medische diagnostische of therapeutische handeling is. Er kunnen meerdere oorzaken aan de basis liggen voor het ontstaan.

Acuut

Niet-iatrogene acute (traumatische) wonden worden veroorzaakt door één externe factor of door een combinatie van meerdere externe factoren. Een heling zonder complicaties is kenmerkend. Er kan een onderscheid gemaakt worden tussen mechanische, thermische, chemische en stralingswonden (Beele & De Win, 2004). Dealey (2005) stelt dat wonden zoals snij-, brand-, en scheurwonden een snelle reactie hebben op een behandeling. Beele en De Win (2004) maken een indeling op basis van de continuïteit van de huid en de oorzaak van de wonde.

Op basis van de continuïteit van de huid wordt volgende indeling gemaakt:

  • Open wonden (oppervlakkig, penetrerend of gecompliceerd, als er zenuwen of pezen blootliggen, degloving letsels (flappen huid zijn weggerukt))
  • Gesloten wonden (bv. hematoom na stomp trauma)

Op basis van hun oorzaak  worden volgende wonden onderscheiden:

  • Mechanische wonden 
    • Deze vormen het grootste deel van de traumatische wonden. Zowel kleine verwondingen (blaren, ontvelling, kleine scheurwonden) als levensgevaarlijke wonden (schotwonden, steekwonden, bijtwonden) kunnen onderscheiden worden.
  • Thermische wonden 
    • Er treedt plaatselijke destructie op van het weefsel als gevolg van extreme temperatuursstijging (brandwonden) of –daling (vrieswonden). De uitgebreidheid van de schade hangt niet af van de duur maar van de intensiteit van de blootstelling.
  • Chemische wonden 
    • Zuren en basen kunnen, afhankelijk van de concentratie en de duur van de blootstelling, meer of minder ernstige verbranding van de huid veroorzaken. 
  • Stralingswonden
    • Als gevolg van ioniserende straling, zoals röntgenstralen, alfa-, -bèta, - gammastralen kunnen weefsels afsterven. Dit is het gevolg van een verandering van de chemische structuur van de celelementen. 

Chronisch

Een niet-iatrogene chronische wonde is een huidletsel dat ontstaat als gevolg van een onderliggende pathologie (bv. arteriële insufficiëntie) of als gevolg van een externe oorzaak, waarbij de onderliggende pathologie de onderhoudende factor is. Voorbeelden van onderliggende pathologieën zijn:

  • Diabetes
  • Oncologische pathologie
  • Stoornis in de bloedcirculatie

De wondgenezing kan ook vertraagd worden door tal van andere factoren. De wonden slagen er hierdoor niet in om in een geordend en in de tijd bepaald proces de beoogde anatomische en functionele resultaten te bereiken (Lazarus et al., 1994). Voorbeelden zijn ulcera (decubitus, arteriëel ulcus, veneus ulcus, diabetische voetwonde, gemengd ulcus, geülcereerde tumoren, reumatisch ulcus) (Beele & De Win, 2004).